www.opusklassiek.nl

CD-recensie

 John Eliot Gardiner heeft de primeur!

Eerste cd-opname van onlangs ontdekte Bach-aria

maar wèl in gecoupeerde vorm

 

© Aart van der Wal, september 2005

 

De kranten hebben er inmiddels volop aandacht aan gegeven en zelfs de omroepen bleven daarbij niet achter: onlangs werd een heus werk van Johann Sebastian Bach (Eisenach 21 maart 1685 – Leipzig 28 juli 1750) in een oude archiefdoos ontdekt.

Volgens het Bach-Archiv in Leipzig betrof het een strofenaria met ritornel voor sopraanstem en klavecimbel, of strijkers met basso continuo, door Bach in 1713 gecomponeerd naar aanleiding van de tweeënvijftigste verjaardag van zijn toenmalige broodheer, hertog Wilhelm Ernst von Sachsen-Weimar (1662-1728). Bach was aan het hof van de hertog in dienst als organist. De tekst van Johann Anton Mylius begint met "Alles mit Gott und nichts ohn' ihn" (in het Latijn omnia cum deo et nihil sine eo) ofwel alles met God en niets zonder hem, de lijfspreuk van de hertog.

De laatste sensationele ontdekking van een tot dan onbekend handschrift van een vocaal werk dateert van zeventig jaar geleden, toen in 1935 een belangwekkend fragment opdook van de cantate "Bekennen will ich seinen Namen" BWV 200. Op instrumentaal gebied volgden in 1975 enige fragmenten van de Goldberg-variaties, maar een regelrechte klapper was in 1984 de ontdekking van meer dan dertig orgelkoralen (Neumeister-collectie).

Het Bach-Archiv in Leipzig wees erop dat het handschrift in zeer goede staat verkeert en dat de strofenaria, voor zover althans nu bekend, de enige in zijn soort is die Bach heeft gecomponeerd. Door de nauwkeurige datering is het bovendien een belangrijke aanknopingspunt bij het onderzoek naar Bachs stijlontwikkeling.

De Anna Amalia Bibliotheek in Weimar

Ik schreef het al in deel VII van de serie over het Bachfestival in Leipzig: de brand die in september 2004 de Anna Amalia Bibliotheek in Weimar goeddeels verwoestte en waarbij de uiterst kostbare en van onschatbaar belang zijnde boekencollectie bijna geheel in vlammen opging. De schade aan de uit 1691 daterende bibliotheek was enorm, met zo'n 50.000 verloren gegane en nog eens ruim 60.000 zwaar beschadigde boeken. Daarnaast waren 37 schilderijen door de vlammen verteerd. Vuur en bluswater hadden de bibliotheek in korte tijd in een miezerige, stinkende en zompige puinhoop veranderd.

Wat er nog te redden viel werd elders opgeslagen en vervolgens opnieuw geïnventariseerd. Tijdens die inventarisatie werd ook de autograaf ontdekt en stelde een medewerker van het Bach-Archiv al gelijk vast dat het om het originele handschrift van Bach ging. Waarom die ontdekking niet al veel eerder werd gedaan zal nooit worden opgehelderd, maar een feit is wel dat in vele musea ondeskundigheid in samenhang met amateuristisch georganiseerde archivering nog steeds hoogtij viert. De vondst van het handschrift na de brand in de bibliotheek was in dit geval een geluk bij een ongeluk.

Openingspagina van de sopraanaria in het handschrift van Johann Sebastian Bach (Foto AFP)

Bij toeval ontdekt

In 2002 kreeg de jonge Duitse muziekwetenschapper Michael Maul van het Bach-Archiv in Leipzig en de Ständige Konferenz Mitteldeutsche Barockmusik de opdracht om naspeuringen te doen naar de diepere achtergronden rond het leven van de familie Bach. In het kader van dat onderzoek richtte Maul zich ook op het onderwerp Bach in Weimar en kreeg hij toegang tot de enorme collectie boeken in de Anna Amalia Bibliotheek, de voornaamste schatbewaarder van der Deutsche Klassik um Schiller und Goethe. Althans, wat daarvan nog gered kon worden na de catastrofale brand in september 2004. Een saillant detail daarbij is dat ná de brand een aantal restaurateurs een deel van die verzameling thuis bewaarde, onder andere in schoenendozen.

Tijdens het intensieve speurwerk viel Mauls oog op de bewuste ode en ontdekte hij al snel de grote waarde ervan. Het bleek de eerste bekende strofenaria in het handschrift van Bach te zijn, twee partituurpagina's in goede staat die onderdeel vormden van in totaal acht pagina's met de volledige tekst van het gedicht.

Slechts enige maanden geleden, op 17 mei, had Maul zich de gehele dag door de inhoud van een groot aantal kartonnen boekendozen geworsteld toen hij een gelukwens uit 1713 aantrof voor hertog Wilhelm Ernst von Sachsen-Weimar, getiteld:

Des / Durchlauchtigsten Fürsten und Herrn / HERRN / Wilhelm Ernsts / Herzogs zu Sachsen / [...]
Christ = Fürstlicher Wahl = Spruch / Oder / SYMBOLUM, / Omnia cum DEO, & nihil sine eo. /
Alles mit GOTT und nichts ohn' in. / Aus unterthänigster Schuldigkeit erwogen und unter Herz =
inbrünstigem / Anwunsche alles innen erhaltenen / und weit mehr aller ersinn = / lichtst = Leib =
und geistlichen Seegens / An ihr. Hoch = Fürstl. Durchl. / den XXX. Octobr. MDCCXII. Abermahls
höchst = beglückt zur Freude des / gesamten Landes anscheinenden / Hochfürstl. Geburths = Tage /
und gesegnetem Antritt Dero 53sten Lebens = Jahres / In tieffster Unterthänigkeit überreichet /
von Johann Anthon Mylio / Sup. in Buttstadt. / Weimar / gedruckt mit Mumbachischen Schriften.

Het uit twaalf strofen bestaande gedicht van de ambtenaar Johann Anthon Mylio uit het zo'n vijfentwintig kilometer ten noorden van Weimar gelegen Buttstadt was bestemd voor de 52ste verjaardag van diens broodheer, de hertog. Op zich leek dit geen bijzondere vondst te zijn, maar dat werd anders toen de laatste twee bladzijden - die door de auteur oorspronkelijk blanco waren gelaten! - een weliswaar in eerste aanleg onbekend ogend handschrift van een strofenaria werd aangetroffen, maar aan de hand van onder andere de zwierige vioolsleutel al snel het handschrift van Johann Sebastian Bach werd herkend. Men kan zich voorstellen dat de verbijsterde Maul de adem in de keel stokte. Na enigszins van de schok bekomen te zijn, sloeg de twijfel toe, maar zijn conclusie werd op 6 juni bevestigd door de Bach-specialist Peter Wollny, een handschriftdeskundige bij uitstek, die er geen enkele twijfel over liet bestaan: "Een echte voltreffer, de belangrijkste vondst sinds vele decennia." Nog diezelfde avond knalden de champagnekurken en werd na overleg met de directeur van het Bach-Archiv, professor Christoph Wolff, om de volgende dag de gedane ontdekking in een persconferentie bekend te maken. Daarna stond de telefoon niet meer stil en regende het e-mails en faxen, want de muziekwereld wilde toch wel het naadje van de kous weten. We zijn inmiddels dus een BWV-nummer rijker: 1127!

Primeur: eerste cd-opname

Precies zeven weken na de officiële openbaarmaking van de vondst bevonden John Eliot Gardiner cum suis zich al in een Londense opnamentudio om het werk voor zijn eigen label, Soli Deo Gloria (het motto van Bach, Alleen Ter Ere van God) vast te leggen.

De sopraan Elin Manahan Thomas blijkt een zeer goede keus voor deze ode met haar technisch volmaakte vocalistiek, een frisse en jeugdige, sprankelende stem en de juiste dictie. Haar verrichtingen zijn goed in balans met de bescheiden begeleiding bestaande uit twee violen, viola, cello en continuo, dit alles gevat in een kristalheldere opname.

Men kan erover twisten of in deze uitvoering een feestelijker karakter had moeten doorklinken, maar duidelijk is wel dat Bach de ode voor kleine bezetting heeft geschreven en dat hier geen sprake kon zijn van 'Tönet, ihr Pauken! Erschallet, Trompeten'.

Het stuk duurt in deze uitvoering niet meer dan ruim twaalf minuten, wat alles te maken heeft met het besluit van de dirigent om niet alle strofen op te nemen, maar slechts drie van de twaalf (totale uitvoeringsduur is dan ongeveer vijftig minuten).

Het besluit om de uitvoering tot drie coupletten te beperken is, op zijn zachtst gezegd, nogal arbitrair. Volgens Gardiner was dat een verantwoord besluit, want hij betwijfelde of de twaalf strofen voor de luisteraars wel te behappen zouden zijn. Zowel de strofen als de ritornelli hebben namelijk zowel dezelfde melodie als harmonie.

Ook de heer Maul, de ontdekker van deze aria, is de mening toegedaan dat coupures op hun plaats zijn, maar ik kan mij zo voorstellen dat er wel degelijk liefhebbers zijn die de gehele op muziek gezette tekst willen horen. Daarbij zal het hen opvallen dat deze ode niet zonder calvinistische inslag is, dat macht, rijkdom en aanzien uitsluitend te danken zijn aan Gods verkiezende genade in Christus. Voorwaar, niets zonder Hem. Het is dan ook niet van a tot z een soort feestpotpourri, een vrolijke mengelmoes, maar de relativering van de menselijke (over)maat, tussen de muzikaal-stichtelijke regels door een oproep tot bescheidenheid. Daarbij passen geen schetterende trompetten en dreunende pauken!

Hoe het ook zij, twaalf minuten is wel erg kort voor een cd en dus werd oud materiaal van stal gehaald dat reeds eerder op cd verscheen, in dit geval een compilatie van de reeds eerder uitgebrachte Bach Cantata Pilgrimage uit 2002. Het werd een nogal willekeurige keuze van fragmenten uit de cantates BWV 54, 71, 78, 151, 155, 159 en BWV 190, maar is wel een fraaie staalkaart van Gardiners in de loop der tijd gewijzigde inzichten op het gebied van tempo, dynamiek en frasering. Wel heb ik moeite met de alt Nathalie Stutzmann die qua stemtype beter bij Mahler dan bij Bach past, een bezwaar dat in dit opzicht ook aan Koopmans Bachcyclus kleeft. Ik vind het eigenlijk onbegrijpelijk dat beide toch zeer gerenommeerde Bachvertolkers die de historiserende uitvoeringspraktijk zo hoog in het vaandel hebben, hun oor toch op Stutzmann hebben laten vallen, althans in mijn oren een regelrechte misbezetting. Proeft u maar eens van track 4, de aria "Widerstehe doch der Sünde" uit de gelijknamige cantate BWV 54.

Ook Koopman is voornemens de strofenaria op te nemen en naar verluidt kiest ook hij niet voor de volledige versie, maar beperkt hij zich tot vier strofen. Als dat zo uitpakt, is dat in ieder geval één couplet meer dan bij Gardiner het geval is... Het valt evenwel aan te nemen dat op termijn heus wel een complete versie van de aria op de markt zal verschijnen. Er zullen ongetwijfeld genoeg kandidaten voor zijn.


Bach: "Alles mit Gott und nichts ohn' in" BWV 1127 (3 van de 12 strofen).

Elin Manahan Thomas (sopraan), Alison Bury en Kati Debretzeni (viool), Katherine McGillivray (altviool), Alison McGillivray (cello), Silas John Standage (orgel), David Miller (luit), Sir John Eliot Gardiner (dirigent).

Bach Cantata Pilgrimage 2000: compilatie.

Solisten, The English Baroque Soloists en Monteverdi Choir o.l.v. Sir John Eliot Gardiner.

SDG 114 · 58' ·

index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links