www.opusklassiek.nl

CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juni 2010

 

 

Hans Erich Apostel (1901-1972)
und das Streichquartett

Apostel: Strijkkwartet op. 7 (1935) - Strijkkwartet op. 26 (1956) - Sechs Epigramme op. 33 (1962) - 18 Variationen über ein eigenes Thema für Strijkkwartet (1925) - Strijkkwartet in d (1926).

+ Te gast bij prof. H.E. Apostel (opname van de ORF, in 1968 thuis bij Apostel in Wenen gemaakt, met gesproken bijdragen van Elias Canetti en Frtiz Wotruba) - Laudatio van Apostel ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van Karl Schiske - Mirjam Wiesemann in gesprek met prof.dr. Rainer Bischof.

DoelenKwartet.

Cybele KiG 002 (3 sacd's)

www.cybele.de


Om te beginnen hoef ik hier Maarten Brandt slechts te citeren naar aanleiding van de door Cybele onlangs uitgebrachte Hartmann-uitgave (klik hier): het label Cybele is een geduchte aanwinst in het cd-landschap. Een label dat de mogelijkheden van het medium optimaal uitbuit. Niet alleen door middel van door de bank genomen fraaie tot exemplarisch mooie opnamen, ook en vooral door bij iedere uitgave een documentatie te voegen waarbij menige cd-firma het nakijken heeft. Overal straalt de liefde voor het product er van af. Een liefde die niet uit goedkope commerciële drijfveren voortkomt, maar een intense betrokkenheid bij de artistiek inhoudelijke kant van de zaak, die dan ook overal het primaat heeft. Een voorbeeld ter navolging dus.

In de door Cybele geplande reeks portretten onder de veelzeggende titel Künstler im Gespräch is het ditmaal de beurt aan "Hans Erich Apostel und das Streichquartett", wiens naam zeker niet op ieders lippen zal liggen.Wie was hij en welke betekenis had en heeft zijn muziek? Zijn uitspraak "Ik kan voor een met een drumstick geproduceerd glissando op pianosnaren of een tremolo op het pianodeksel geen enkele belangstelling opbrengen. De muziek raakt in verval wanneer klank alleen maar geruis is." Een dergelijke onbuigzame houding jegens de avant-garde werd hem niet alleen in die kringen niet in dank afgenomen en het is stellig zo dat hij door veel van zijn collega-componisten, maar ook door musici als buitenbeentje werd beschouwd, wat zijn succes als componist danig in de weg stond. Ik herinner in dit verband nog maar eens aan het volslagen gebrek aan tolerantie van zowel componisten als docenten van de Ferienkurse in Darmstadt jegens andersdenkenden en dan met name tegen diegenen die het vertikten om daarin mee te worden gezogen, wat nog iets anders was dan het vasthouden aan het traditionele danwel conventionele componeren. Kort na de Tweede Wereldoorlog, toen nieuwe muziekstromingen in West-Europa hun intrede deden, was er weinig gevoel voor nuance en werden de voor- en tegenstanders van deze nieuwe ontwikkelingen gemakshalve als zodanig maar ingedeeld. Wie niet voor was, was tegen; of omgekeerd. De muziekkritiek wakkerde in dit opzicht de eerst nog bescheiden vuurtjes alleen maar aan, hetgeen resulteerde in heftige pro en contra discussies met bovendien een sterk gekleurde politieke lading, waarbij zelfs de Cubaanse revolutie ruimschoots aan bod kwam. We kennen dit verschijnsel ook in ons eigen land, met Louis Andriessen en Harry Mulisch toen in de eerste gelederen. Het lijkt inmiddels een eeuwigheid geleden te zijn, maar in de jaren zestig ging het er vooral in Amsterdam soms bijzonder heftig aan toe.

Apostel, op 22 januari 1901 geboren in Karlsruhe, studeerde aan het plaatselijke conservatorium compositie, piano en directie, tot hij in 1920 werd aangesteld als assistent- (eerder leerling-) kapelmeester en koorrepetitor aan het Staatstheater in Baden. Het was in die tijd dat zijn belangstelling voor de twaalftoonsmuziek van Arnold Schönberg werd gewekt en haar in zijn concerten in Karlsruhe voor het eerst bij het publiek interesseerde. Het besluit om het redelijk comfortabele Karlsruhe te verruilen voor het onzekere Wenen zal Apostel wellicht niet licht zijn gevallen, maar toch zette hij die stap want hij wilde - volkomen in de ban van Schönberg en zijn muziek - tot elke prijs bij hem gaan studeren. In de Oostenrijkse hoofdstad voorzag hij zich eerst in zijn levensonderhoud als pianist in een Gasthaus en als pianobegeleider bij stomme films, maar vanaf 1922 gaf hij ook pianolessen, waaraan hij later de muziektheoretische vakken en compositie nog toevoegde. Toen Schönberg in 1923 naar Berlijn vertrok, vervolgde Apostel zijn studie bij Alban Berg. De Anschluss in 1938 had ook gevolgen voor het culturele leven in Oostenrijk. Door de nazi's als zodanig beschouwde 'entartete Kunst' werd in de ban gedaan, waaronder ook de muziek van de Tweede Weense School. En dus sneuvelde daarmee tevens de muziek van Apostel, die ondanks dat verbod en de steeds meer knellende banden toch in Wenen bleef. Hij zag het in 1945 als zijn kerntaak om de Oostenrijkse afdeling van de IGNM, de Internationale Gesellschaft für neue Musik, op poten te zetten, waarvan hij van 1946 tot 1948 de president was. Financieel kreeg hij het wat ruimer als lector bij de Weense muziekuitgever Universal Edition, waar hij nieuwe partituren moest beoordelen. Hij stierf in zijn Weense woning aan de Krongasse 11 op 30 november 1972. Zijn drie huwelijken bleven kinderloos.

 
  Hans Erich Apostel in 1960

In het schitterend uitgevoerde boekwerkje met ontzaglijk veel informatie over Apostel en zijn 'Umkreis' schrijft Mirjam Wiesemann (zij is een van de drijvende krachten achter Cybele Records) dat er - ondanks vele zoektochten - over Apostel helaas weinig persoonlijk getinte informatie voorhanden bleek. Het belangrijkste document humain is wellicht de door prof. Ivan Eroed op zijn eigen bandrecorder vastgelegde opname uit 1966 met een laudatio van drie minuten ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van zijn collega Karl Schiske.Dan is er de door de Oostenrijke omroep ORF gemaakte filmdocumentaire van bijna een halfuur uit 1968 die op 15 oktober van dat jaar via de schooltelevisie werd uitgezonden onder de titel Zu Gast bei Prof. Hans Erich Apostel. Op de eerste sacd zijn fragmenten te horen van de gesprekken die Apostel thuis voerde met twee kunstvrienden: de auteur, socioloog, aforist en Nobelprijsdrager Elias Canetti (1905-1994) en de beeldhouwer Fritz Wotruba (1907-1975). Wiesemanns lange en merendeels vergeefse zoektocht naar sleutelfiguren in het leven van Apostel leidde uiteindelijk wel naar de Weense componist Rainer Bischof, de enige nog in leven zijnde vriend en vertrouweling van Apostel. Bischof studeerde compositie van 1967 tot 1972 bij Apostel. Behalve Bischof had Apostel nog twee leerlingen, de Amerikanen Eugene Hartzell (1932-2000) en Robert Hall Lewis (1926-1996). Het zeer uitvoerige vraaggesprek van Wiesemann met Bischof (het duurt maar liefst anderhalf uur) staat op de tweede en derde sacd en levert niet alleen een fascinerend beeld op van Apostel als mens en als componist, maar is bovendien een belangwekkend tijdsdocument. Wie de Duitse taal redelijk machtig is zal ruimschoots worden beloond.

 
  Rainer Bischof

Volgens Bischof moest Apostel niet worden gerekend tot de Geschäftsführer des Weltgeistes, waarmee Hegel degenen placht aan te duiden wier werken een nieuwe richting aan de samenleving gaven. Bischof ziet hem eerder als een persoonlijkheid die niet de zonderling wilde spelen maar wel excentriek was; althans in de wereld van toen. Voor de een was hij de Schönberg-leerling en late dodecafonist, de moderne, afgrijselijke, verschrikkelijke componist en voor de ander de hopeloos oninteressante, verouderde toondichter die het niet waard was om mee te verkeren.

De Weense krant Die Presse schreef in 1971 naar aanleiding van Apostels zeventigste verjaardag dat hij geloofde in in de overleving van de volmaakte muziek, muziek zonder blutsen en vlekken. "Daarom wordt hij, men kan het niet verzwijgen, op zijn verjaardag zeker in het zonnetje gezet, maar niet uitgevoerd..."

Cybele brengt nu voor het eerst in deze editie verzameld de 'alfa en omega van het componeren' (Apostel), ofwel alle strijkkwartetten van Apostel. Dat is zowel een unicum als een mijlpaal, want met uitzondering van het Eerste strijkkwartet op. 7 (in 1982 door het LaSalle Quartet op lp gezet) zijn deze stukken nog niet eerder op lp of (sa)cd verschenen. In dit opzicht wereldpremières dus en alleen al vanuit discografisch oogpunt een wapenfeit van de allereerste orde. Daar komt dan nog bij dat de uitvoering van de 18 Variaties op een eigen thema (1925) en het Strijkkwartet in d (1926) uitsluitend kon worden gebaseerd op Apostels manuscript, aangezien een gedrukte uitgave ontbrak.

Esthetisch ideaal: de strijkkwartetten

Was Apostels muzikale wereldbeeld eerst nog in de Duitse romantiek geworteld, zijn ontmoeting met Schönberg en later met Berg veranderde dat. Zij stippelden zijn toekomstige weg als componist voor hem uit, maar toch duurde het nog tot het eind van de jaren vijftig alvorens hij zich aan het dodecafonisch componeren overgaf. Apostels ontwikkeling verliep langs het pad van de geleidelijke afwijzing van de expressieve esthetiek, daarin sterk geschraagd zo niet beïnvloed door het geschrift Vom musikalisch Schönen, dat de gevreesde Weense criticus Eduard Hanslick in 1854 had gepubliceerd. Daarin stelde Hanslick dat de 'tönend bewegte Form' en niet de 'Ausdruck' de inhoud van de muziek diende te bepalen. Voor Apostel gold hetzelfde: de vorm en niet de expressie diende de muzikale inhoud te bepalen. Apostels strijkkwartetten vormen als het ware de ideale uitvalsbasis voor het intellectueel declamatorische karakter van zijn exploraties, in de zin van de extreem heldere concepties en strengheid waarmee hij die vorm gaf. Zowel de horizontale (melodie) als de verticale (harmonie) architectuur vloeien voort uit Apostels sterke gevoel voor strikte ordening, de door hem gevoelde noodzaak om archaïsche vormen tot de hoogste muzikale substantie te verheffen, om het even of het nu inversie, spiegelsymmetrie of de barokke variatie- en passacagliavormen betrof.

Mede dankzij de geweldige uitvoeringen van het DoelenKwartet en de superieure opnamekwaliteit hebben we een uitgave in handen die het waard is om gekoesterd te worden. Apostels inspiratiebron mag dan in het vormelijke zijn gelegen, zijn muziek is wel zonder blutsen en vlekken en misschien dus wel volmaakt. Mogelijk zelfs volmaakt genoeg om als 'tönend bewegte Form' uiteindelijk te overleven. Daar geloofde Apostel ook in. Cybele is erin geslaagd een waar monument voor Hans Erich Apostel op te richten.

 

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links