|
CD-recensie
© Aart van der Wal, februari 2010
|
||||
Albéniz: Iberia (Boek I-II) Boek I: Evocatión (Prélude) - El Puerto (Cadix) - Fête-Dieu á Seville. Boek II: Rondeña - Almeria - Triana. Yoram Ish-Hurwitz (piano). Challenge Classics TR755529 · 41' · (sacd)
Albéniz: Iberia (Boek III-IV) Boek III: El Albaicin - El polo - Lavapiés. Boek IV: Málaga - Jerez - Eritaña Macarena). Yoram Ish-Hurwitz (piano). Challenge Classics TR755530 · 44' · (sacd)
Het is de Spaanse componist en pianist Isaac Manuel Francisco Albéniz (1860-1909) geweest die de grote muzikale folklore van het land uit het puur nationale domein heeft gehaald en de grens over heeft gesleept. Evenals enige jaren later Manuel de Falla (1876-1946) heeft Albéniz zowel de oorspronkelijke Spaanse muziek als de kunstmuziek echt nieuwe impulsen gegeven door deze op grootse wijze met elkaar te vervlechten. Albéniz' Iberia zette op dit gebied zelfs geheel nieuwe normen en wel zo overtuigend dat componisten als Debussy en Messiaen door deze nieuwe, met allerhande folkloristische elementen verbonden muziekstijl werden beïnvloed. Wie de geuren en kleuren van het Spaanse binnenland kent en van het land dus veel meer heeft gezien dan de door het massatoerisme en nieuwbouwprojecten platgewalste stranden en boulevards, zal zich bij de muziek van Albéniz als geen ander thuisvoelen en die zo bijzondere mengeling van rauw realisme, religie en poëzie in het hart sluiten. In dit o zo kleurrijke genre heeft door de jaren heen één pianist zich van alle anderen onderscheiden: Alicia de Larrocha, en dan met name haar EMI-opname uit 1962. Er is geen nieuwkomer die er aan kan ontkomen: hij of zij wordt getoetst aan het tot in alle denkbare facetten genuanceerde, verfijnde maar ook zeer gedurfde spel van deze grote Spaanse pianiste. Wat de jonge Martha Argerich voor DG in Liszts Pianosonate presteerde, dat staaltje leverde De Larrocha in Iberia. Ze zou het, althans in de studio, niet meer herhalen. Maar wie een betere opnamekwaliteit wil, neemt zijn toevlucht tot De Larrocha's Decca-set uit 1972, die weliswaar een fractie afstandelijker, meer berekenend uit de speakers komt, maar als geheel een van de beste vertolkingen is en blijft. Met de kanttekening dat de opnamekwaliteit van die set toch nog aanzienlijk minder is dan van deze nieuwkomer van het Challenge-label. Ik heb nooit zo goed begrepen waarom de Decca-technici jarenlang toch zo hun best deden een vooral wollige pianoklank af te leveren. Met alle respect voor het spel van de Nederlandse pianist van Israëlische afkomst Yoram Ish-Hurwitz (1968), vergeleken met De Larrocha is hij toch wel de mindere, al scheelt het dan zeker geen spreekwoordelijke straatlengte. De Larrocha blijft simpelweg ongeslagen in haar aanpak van het rubato dat onder haar handen zo natuurlijk is dat het onnavolgbaar lijkt. Vergelijk het maar met de Weense walsen gespeeld door ons eigen Koninklijk Concertgebouworkest en door de Wiener Philharmoniker. Het zijn dezelfde noten, maar wat een verschil! Ik beweer niet dat een pianist Spaans bloed moet bezitten om Albéniz' klankwereld optimaal tot gelding te brengen, maar het staat buiten kijf dat de Spaanse fadango naast de Noord-Spaanse volksmelodieën en het zo typisch gepunteerde dansritme van de flonkerende zapateado (de schoenen op de kale planken moeten hier het werk doen: zapato = schoen; zapatear = vrij vertaald met de hakken op het plankier stampen) toch wel om een béétje Spaans DNA vragen. In Triana doet een simpel vergelijk wonderen: bij De Larrocha ruiken we als het ware het kleurrijke zigeunerleven in Sevilla, we staan er middenin, bij Ish-Hurwitz blijven we toeschouwer, ondanks de formidabele pianistiek. Fête-Dieu á Seville, El Albaicin en Málaga daarentegen slaagden door de bank genomen heel goed. Zo horen we in Fête-Dieu á Seville naast het strakke marsritme de schetterende trompetten van de plaatselijke harmonie die de processie met het lichaam van Christus door de straten van Sevilla begeleidt. Het lijkt een kolfje naar Ish-Hurwitz' hand, wat in dit geval overigens letterlijk mag worden genomen want Albéniz heeft het de pianist verre van gemakkelijk gemaakt, met die grote octaafafstanden die bovendien lang volgehouden moeten worden. Hij realiseert de overgang van het marsritme naar de Andalusische cante jondo werkelijk voorbeeldig, al is dan de naar de climax voerende tarantella bij De Larrocha een kleurrijker spektakel, waarbij de spanning subliem wordt opgevoerd. Veertig minuten speelduur per cd is wel erg karig . De vier boeken passen weliswaar net niet op twee cd's, maar de optie was natuurlijk geweest om de complete Iberia uit te brengen, aangevuld met een aantal losse stukken van Albéniz. De Steinway D-vleugel staat er uitstekend op: de in 2007/08/09 in de Galaxy Studio's in het Belgische Mol gemaakte opnamen brengen het spel van Ish-Hurwitz heel dichtbij. Wel heb ik een lichte voorkeur voor het afspelen in de stereo-modus die het althans in mijn huiselijke omstandigheden qua helderheid van de surround-modus nog wint. Film Een poosje terug, rond de zomer van vorig jaar, was de sympathieke pianist te zien en te horen in VPRO's Vrije geluiden. Daar vertelde hij over de unieke 'samenwerking' tussen cd en film. De cineaste Jenneke Boeijink had met Yoram Ish-Hurwitz de handen ineen geslagen voor een film die het verhaal achter ieder stuk uit Iberia schildert. Dat maakt niet alleen de muziek (nog) toegankelijker maar biedt tevens de gelegenheid als het ware over de schouder van Yoram mee te kijken. Vorig jaar trad Yoram in ons land met Iberia op, met de film als extra dimensie. In februari 2009 werd de eerste cd samen met de film gepresenteerd tijdens een lezing in het Cervantes Instituut in Utrecht door de Spaanse musicoloog Jacinto Torres. index | ||||