www.opusklassiek.nl

CD-recensie

 

© Aart van der Wal, maart 2010

 

 

Adès: The tempest.

Simon Keenlyside (Prospero, voormalige hertog van Milaan), Cyndia Sieden (Ariel), Ian Bostridge (Caliban), Kate Royal (Miranda (Prospero's dochter), Toby Spence (Ferdinand, zoon van de koning), Philip Langridge (koning van Napels), Donald Kaasch (Antonio, hertog van Milaan en Prospero's broer), Stephen Richardson (Stefano), David Cordier (Trinculo), Jonathan Summers (Sebastian, broer van de koning), Graeme Danby (Gonzalo), The Royal Opera House Chorus and Orchestra o.l.v. Thomas Adès.

Live-opname in samenwerking met BBC Radio 3, 23 en 26 maart 2007, Royal Opera House, Covent Garden, Londen.

EMI Classics 6 95234 2 · 73' + 45' · (2 cd's)


De Engelse componist, dirigent en pianist Thomas Adès (Londen, 1971) schreef zijn avondvullende opera in drie akten The Tempest op een libretto van Meredith Pakes in opdracht van The Royal Opera House in het Londense Covent Garden, waar het stuk in februari 2004 in première ging. Aangezien zijn reputatie als componist hem vanaf het begin van de jaren negentig al vooruit was gesneld lag het voor de hand dat de The Tempest - zoals vrijwel alle werken van Adès - in de Adèshype zou worden meegezogen. Aldus geschiedde. Ook in ons land is Adès in zekere zin populair. Vorig jaar ging de opera zelfs integraal zien in de zeer succesvolle en gelukkig nog steeds avontuurlijk ingestelde ZaterdagMatinee. Bovendien is Adès hier als componist en dirigent regelmatig te gast.

Als basis voor zijn opera koos Adès koos voor het toneelstuk The Tempest van William Shakespeare, dat sinds het in 1611 voor het eerst op de planken werd gebracht door talloze componisten op muziek was gezet, te beginnen in 1695 met Henry Purcell. In de vorige eeuw waren het Jean Sibelius (première in Kopenhagen in 1926) en Luciano Berio (Un re in Ascolto in 1984). En nu dus Thomas Adès.

The Tempest is een van de laatste toneelstukken van Shakespeare en is - in tegenstelling tot vrijwel al zijn eerdere stukken - opgetrokken in de neoklassieke stijl, wat zoveel wil zeggen dat de schrijver een hechte samenhang construeerde tussen tijd, plaats en aard van de handeling. Het voorstellingsvermogen van zijn publiek werd aldus minder op de proef heeft gesteld.

In The Tempest staat Prospero, de voormalige hertog van Milaan, centraal. Hij is het die alles en iedereen rechtstreeks of indirect in zijn macht heeft, aan de touwtjes trekt. De onzichtbare Ariel, een geest, houdt hem tot in detail op de hoogte van de vele samenzweringen en kuiperijen die tegen hem in stelling worden gebracht. De anderen denken dat zij het heft in handen hebben, dat zij het spel bepalen, maar dat is een illusie. Ze zijn niet meer dan werktuigen in de handen van Prospero, die, nadat hij als hertog door zijn broer Antonio is verdreven, alle tijd heeft om op zijn eiland methoden uit te denken om zijn vijanden naar de ondergang te voeren. Hij heeft er twaalf jaar voor nodig, maar dan is zijn wraak ook overweldigend. Als zijn vijanden in hun schip dicht in de buurt van zijn eiland geraken, gebruikt Prospero zijn magische krachten om daarmee een enorme storm te ontketenen. Het is deze storm waaraan het stuk zijn naam ontleent. Het zal duidelijk zijn dat de verwikkelingen in The Tempest een kolfje naar de hand is van verbeeldingsvolle componisten, waaronder uiteraard ook Thomas Adès.

 
  Thomas Adès

Toen het stuk in 2004 in Londen in première ging was het tot dan toe Adès' grootste werk, zowel in tijdsduur als in expressieve vormgeving. Dat de surrealistische voorstellingen in Shakespeares The Tempest hem sterk zullen hebben aangesproken lijkt wel duidelijk, want al in 1997 componeerde Adès een hoogst surrealistisch werk, Asyla, met stralende klankkleuren, veel slagwerk en koortsachtige, bijna spookachtige dansen.

Na de Londense première was de kritiek niet onverdeeld gunstig, wat zowel met het werk zelf als met de uitvoering te maken had. Wat het laatste betreft, zat het nog niet helemaal lekker, er moest nog duidelijk aan worden geschaafd, maar in maart 2007, toen deze opname werd gemaakt, was iedereen voldoende gepokt en gemazeld om een geweldige 'performance' neer te zetten. Wat echter is gebleven zijn de vele zwakke plekken in deze opera. Een ervan is de zeer slechte verstaanbaarheid, niet als gevolg van de akoestiek maar door Adès' manier van componeren. Zo is de tekst van de sopraan Cyndia Sieden, die de rol van Ariel vertolkt, geheel en al onverstaanbaar, wat misschien wel past bij haar 'onzichtbaarheid', maar ik vind het toch wel handig als ik kan verstaan en dus begrijpen wat er op het toneel wordt gezongen. Het tekstboekje biedt alleen dan enige hulp als ik weet wáár precies de zanger in zijn tekst is. Hier lukt dat dus niet. In het theater zelf ligt dat vaak anders, want daar heeft de bezoeker een digitaal beeldschermpje voor zich met de tekst - en dan ook nog in meerdere vertalingen - die op dat moment ten gehore wordt gebracht. Cyndia zingt schitterend, haar coloratura's zijn buitengewoon indrukwekkend, maar qua tekst had ze wat mij betreft net zo goed een Vocalise van Rachmaninov kunnen zingen. Maar ook de geweldige sopraan Kate Royal is vrijwel niet verstaanbaar. Van de niet minder goed presterende heren (alleen de countertenor David Cordier stelt teleur) is slechts een handjevol redelijk te volgen, maar dan alleen met veel concentratie. Er zijn sublieme momenten, zoals in 'As I sat weeping', aan het slot van de eerste akte (Ferdinand, Miranda, Prospero en Ariel), maar waar dit vocale kwartet het over heeft? Zonder boekje geen flauw idee.

Twee basiselementen in deze opera storen mij het meest: veel te veel tekst die los lijkt te staan van de muziek. Of met andere woorden: de door Adès gecomponeerde muziek had net zo gemakkelijk bij een andere tekst, voor mijn part een geheel andere opera, gepast. De uitwisselbaarheid ervan staat het unieke karakter duidelijk in de weg. Waarom maakte Adès niet veel meer van de ritmische puls? En waarom heeft hij her en der in het stuk onder ieder woord een akkoord gezet? Dat is toch om als luisteraar doodmoe van te worden? Het tweede, mij enorm storende element is het absolute gebrek aan individuele muzikale uitbeelding van de verschillende karakters. Ook in dit opzicht is de uitwisselbaarheid groot en heeft Adès niet of nauwelijks moeite gedaan om ieder personage zijn eigen muzikale dictum te geven (wat iets geheel anders kan zijn dan het vaak gebruikte leidmotief).

Een van de mooiste momenten in de opera speelt zich af in de derde akte, in het kwintet 'Murder this man'. Hiervoor heeft Adès ware sprookjesmuziek, bij wijze van spreken van duizend-en-één-nacht, geschreven, met daarin de hoofdrol voor tinkelend slagwerk en een esoterische piccolo. Maar het zijn er te weinig. Hij heeft qua inspiratie naar mijn smaak veel te veel geleund op zijn grote voorgangers Benjamin Britten en Michael Tippett, vermengd met een vleugje Richard Strauss en Alexander Zemlinsky. Al die sausjes maken het lastig om Adès werkelijk te zijn als de bereider van de hoofdmaaltijd, die - als het anders was aangepakt - deze drie akten tot iets unieks had kunnen maken.

De opname brengt ons heel dicht bij de voorstelling, maar dat heeft wel zijn prijs in de zin van herhaaldelijk optredende faseverschillen doordat de solisten zich over het gehele toneel bewegen en zij ook ten opzichte van elkaar sterk wisselende posities innemen. Daar zijn wel technische remedies tegen, maar die zijn hier helaas niet toegepast. De overmaat aan toneelgeluiden is een storende factor omdat het beeld ontbreekt (dat geldt in zeker zin overigens ook voor die faseverschillen). Het publiek houdt zich gelukkig koest, een incidenteel kuchje of wat geritsel daargelaten.

Al met al gemengde gevoelens dus, maar mogelijk zal de dvd een gunstiger beeld opleveren. We zullen het zien!

index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links