| Al een tijdje waren we het van plan en n.a.v. een bezoek aan de Pioneer
voorjaarspresentatie in april kwam het er eindelijk van: een uitgebreide
test van de nieuwe Pioneer luidsprekers, aangevuld met een kostbaar maar
fraai plasmascherm en een dvd-speler die alle schijfjes lust. Een verhelderend
onderzoek.
Ook
al loop je dan al heel wat jaren mee, het blijft leuk om hele mooie, kostbare
spullen in huis te krijgen en er mee te mogen spelen. Met deze Pioneer
set was dat zeker het geval, vooral het plasmascherm was een bijzondere
evaring, hoewel ik mijn twijfels heb over de techniek ervan in het algemeen,
gezien de opbouw met neonlampjes. Niet alleen bij Pioneer, maar Pioneer
claimt een levensduur van 30.000 uur, wat bij normaal gebruik neerkomt
op een gebruiksduur van 15 tot 20 jaar. Het kwam ook mooi uit want onze
B&O TV had er juist (mag het na 21 jaar?) de brui aan gegeven…
Zo kon ik de GP formule I in Monaco beleven alsof een stelletje ‘streched
limousines’ een wedstrijdje aan het rijden was op het grote plasmascherm
van Pioneer (€ 6.500,--). Eerlijk is eerlijk, het heeft zeker wat en na
een paar dagen met zo’n groot scherm (110 cm diagonaal) is elke gewone
TV weinig meer dan een postzegel. Het betere brievenbusgevoel zal ik maar
zeggen…
Leuk was ook dat er juist op dat moment een dvd binnenkwam van de muziek
van Charles Griffes gespeeld door Alwin Bär op een fraaie Bösendorfer,
door mijzelf opgenomen in 1986 en nu voorzien van prachtige tekeningen.
Aart zal daar zodra de schijf uit is nader over berichten.
Het gehele systeem dat we hebben gebruikt bestaat uit de receiver VSX-814,
dvd-speler DV-668 en de luidsprekers S-H810V (front L en R), achter tweemaal
S-F80 en center S-C80. De subwoofer hebben we niet gebruikt – sorry –
maar voor muziekweergave vonden we dat absoluut overbodig. Eerlijk gezegd
vonden we dat teveel luidsprekers, ook deze van Pioneer, zonder subwoofer
al iets teveel laag weergeven. Het nieuwsgierigste waren we echter naar
de dvd-speler en wel om een paar redenen.
DV-668
(Euro 899,--)
Een zeer interessante speler omdat het een echte alleseter is. Hij lust
zowel audio- als videoschijfjes, van alle soorten, ook nog eens alle varianten.
Dus ook DVD-Audio en sacd (dat streepje moet er tussen omdat Sony/Philips
een proces hebben verloren tegen een bedrijf dat SACD als merk voert).
Door sommigen wordt er heel veel ophef over gemaakt en vooral in de vakpers
staat sacd hoog aangeschreven. In strikt technische zin terecht, maar
voor ons muziekliefhebbers gaat het om het klinkende resultaat. En dat
is weinig bemoedigend. Er zijn goed klinkende sacd schijfjes, maar hun
aantal is gering en ik kan niet zeggen dat ze nu ècht zoveel beter zijn
dan de beste cd’s. Men claimt dat dit in surround wel het geval is,
maar wij kunnen dat niet beamen: integendeel, surround in klassieke muziek,
zover wij dat hebben kunnen beluisteren staat verder van de belevenis
in de zaal dan stereo. Nog los van het feit dat een paar topklasse luidsprekers
– Elipson, B&W, Quad, Kef, Mirage, enz. niet zo gemakkelijk aan te
vullen zijn met een paar passende extra luidsprekers. En dergelijke fraaie
spullen vervangen door een set spreeuwenkasten zien we ook niet als de
aangewezen oplossing!
Ondanks het feit dat de meeste stereo opnamen nauwelijks als zodanig
kunnen worden aangemerkt, lijkt het er wel op dat surround als bijeffect
heeft dat het stereobeeld er iets op vooruit gaat. Heeft wel iets pikants:
de pogingen surround over de toonbank te brengen, leiden ertoe dat de
muziekliefhebber eindelijk iets krijgt dat op stereo begint te lijken!!
Elders op de site wordt uitgelegd waarom dat met surround niet zo goed
werkt: hier volstaan we met de opmerking dat het kamereffect juist sterker
wordt doordat elk van de gebruikte luidsprekers de kamerakoestiek benadrukt.
Het staat uiteraard eenieder vrij daar anders over te oordelen, maar voor
klassieke muziek en jazz bevelen wij het nog steeds niet aan.
Sterker, de Rachmaninov cd met de Symfonische Dansen van Reference Recordings
(RR 96CD – geweldige uitvoering én opname!) stak met kop en schouders
boven alle DVD-A en sacd producties uit en deze werd hier nog niet eens
in HDCD afgespeeld. Vooral de paar DVD-A opnamen die we hier hadden –
uit de Teldec stal – maakten bepaald geen geweldige indruk om het voorzichtig
te zeggen en ook de sacd opnamen staken zeker niet positief af tegen
de vele ‘gewone’ cd’s die de revue passeerden. Daarbij mag wel worden
opgemerkt dat wij beiden steeds meer op muzikale gronden bepaalde cd’s
kozen, dan om de techniek; en zo hoort het!
Wat is ‘universeel’
De hamvraag voor deze dvd-speler is uiteraard of je met het universeel
zijn niet een hoop kwaliteit inlevert. Een vraag die moeilijk te beantwoorden
is, want directe vergelijking van twee gelijkwaardige spelers, één universeel
en één niet, is niet goed uitvoerbaar; het blijft appels met peren vergelijken.
Ongetwijfeld betaal je extra voor het universeel zijn en zal een speler
die slechts één soort kan afspelen dat doorgaans beter doen dan een speler
die alles lust. Wel kunnen we vaststellen dat dvd-spelers en de universele
spelers die we kennen stuk voor stuk op gewone cd’s een fractie minder
goed klinken dan normale cd-spelers en de sacd spelers die we in huis
hebben (gehad). Eerlijk gezegd komt daar voor ons nog bij dat we eigelijk
vinden dat de liefhebber van klassieke muziek en jazz beide nieuwe formaten
maar zo snel mogelijk moet vergeten: houd het maar op gewoon cd. Op een
paar hybride cd’s (sacd én gewoon cd) konden we met de beste wil van
de wereld geen noemenswaardig of belangwekkend verschil horen tussen de
twee formaten, alles beoordeeld in stereo. De indruk bestaat ook dat alle
opnamen gemaakt zijn met het oog primair op meerkanaals waar de stereoweergave
dan onder te lijden heeft. Bij gewone cd’s is dat niet het geval en die
klinken in stereo vaak beter. Vaak is de mix voor sacd anders dan voor
stereo, manipuleren is kennelijk noodzaak.
Alles wat op de nieuwe formaten uitkomt, is er ook op gewone cd (of op
hybride) en die enkele opname waarvan je je afvraagt hoe die op sacd
zou klinken, blijkt (nog) niet in dat formaat leverbaar te zijn. Of mogelijk
wel te bestaan maar de handelaar wist het niet, kon ze niet krijgen, fabrikant
brengt drie versies op de markt (Schubert met Uchida: cd, hybride en sacd:
treurnis alom!). Vergeet het maar en daarmee vervalt eigenlijk ook de
noodzaak van het uitbrengen van alleseters, waarbij een stuk kwaliteit
van de gewone weergave wordt geofferd aan die van DVD-A en sacd.
Terug naar de speler. De eerste reactie was dat de Pioneer een stuk minder
ruimtelijk klonk (in stereo) dan de Sony en dat het klankbeeld minder
helder was. Alles was er wel, maar minder getekend en minder duidelijk.
Ik kan niet echt beoordelen of dit de prijs is die je moet betalen voor
het kunnen afspelen van alle denkbare schijfjes? Het zou kunnen, en dan
moet eenieder maar voor zichzelf uitmaken of zij/hij de prijs ervoor over
heeft. Wij duidelijk niet. Dan liever twee spelers: één voor alles wat
met video te maken heeft (dàt doet deze speler voortreffelijk!) en één
voor muziek. Als gezegd, sacd en DVD-A kunnen wat ons betreft vergeten
worden: beoordeel een speler alleen op cd-kwaliteit, tenzij u toevallig
wel iets ziet in surround; ons zegt het niets. De industrie – lees de
marketing van deszelfs – heeft er intussen met alle formaten en surround
systemen wel een ongelofelijk zooitje van gemaakt. En áls het zo is dat
men gigantisch verlies lijdt door kopiëren – wat wij in geen enkel opzicht
goedkeuren maar wel eigen schuld vinden – is dat het ultieme bewijs dat
de consument alleen in kwaliteit en niet in surround of nieuwe formaten
is geïnteresseerd.
Deze Pioneer is verder een uitstekende speler, maar voor muziekweergave
alleen laat hij t.o.v. gewone cd-spelers en betaalbare sacd spelers een
paar punten vallen. Hij klinkt wel goed en rustig maar iets minder sprankelend
dan we weten dat het kan. Anderzijds is het prijsverschil met de referentiespeler
(Sony SCD-XA333ES) wel erg groot. Alles is dan ook relatief.
Licht in de tunnel?
Juist vandaag (24 mei) kreeg ik in de post van UNIVERSAL de 2000ste sacd
uitgave cadeau, een schijf die na drie minuten tot onze zoveelste onderzetter
is gedegradeerd. Het betreft een productie van Jamie Cullum and Beyoncé,
volgens de begeleidende proza (in het Engels natuurlijk!) “A major breakthrough in the acceptance of this format”. Pulp
muziek, de opname is erger dan pulp en ze snappen maar niet waarom het
zo slecht gaat in de handel. Wie wil dit in godsnaam hebben? En waarom
zou je – áls je het dan wilt hebben – voor deze ondermaatse flauwekul
meer uitgeven dan een schijfje voor een brander kost?
Met manipuleren en steeds maar weer opnieuw uitbrengen van dezelfde opnamen
kom je er ook niet. Kijk naar ‘Take Five’ van Paul Desmond. De opname
uit juni 1959 is al talloze malen verdoekt en elke keer roept men dat
hij weer beter is geworden, terwijl je kunt horen dat er gewoon aan de
kraan voor de hoge frequenties is gedraaid en dat het allemaal manipulatie
is. In elk geval geen rechtvaardiging voor een nieuw medium, tenzij u
goedgeloviger bent dan Aart en ik. Soortgelijke verhalen kan ik vertellen
over opnamen van Glenn Gould, Murray Perahia en anderen. Elders op de
site vindt u dat wel terug.
Kortom
Doffe ellende voor de nieuwe dragers; houd het maar bij cd. Voor een
deel veroorzaakt denk ik omdat de platenbobo’s, totaal verstoken van elk
elementair inzicht – volgens de hoesfoto’s speelt Perahia op een vleugel
waarbij de bassnaren links zitten; nieuw prototype van Steinway? Mensen
denken blijkbaar dat het bij klassiek net zo werkt als bij pop: mensen
kopen wat ‘lekker’ klinkt. Afgezien van het feit dat men kennelijk ook
al niet weet wat ‘lekker’ is, weet men niet dat klassiekliefhebbers muziek
kopen en dat voor een beetje liefhebber de uitvoering boven de opname
gaat. Als je Brendel wilt horen, koop je heus geen Pollini omdat die opname
beter zou zijn. En als je Gergiev wilt horen koop je geen Chailly al is
dat 100.11 kanalen surround…. en omgekeerd natuurlijk.
Meeste geld naar de luidsprekers?
Voor de zoveelste keer bleek weer eens dat de gebruikelijke verdeling
van investeringen over de apparatuur niet correct is. Ook met de kleine
S-F80 luidsprekers is uitstekend te leven, maar het loont eerst en vooral
de best mogelijke bronnen te gebruiken. Liever een goede maar beperkte
luidspreker voor een redelijke prijs – bijna zonder uitzondering een tweewegsysteem
– en een hele goede versterker en dito cd-speler dan een wat goedkopere
speler en duurdere luidsprekers. Hoe beter de luidsprekers hoe beter je
hoort wat ervoor zit. Ik heb dat al vanaf het begin ervaren: ik heb altijd
verhoudingsgewijs dure pu-elementen gebruikt. En altijd bleek dat je dat
heel goed kon horen. Ik hoor het nog dagelijks met studio-opnamen van
de Telefunken M15 studiorecorder die via de Quad 33/303 en Kef Cresta’s
speelt. Je hoort direct de kwaliteit van de recorder.
De stelling is altijd dat de luidspreker het moet doen en dus zo goed
mogelijk moet zijn; het grootste deel van het budget moet dus naar de
luidspreker gaan. Maar als de luidspreker beter is dan de bron zul je
alleen maar de gebreken van de bron te horen krijgen. Zorg daarom primair
voor een zo goed mogelijke bron!
Luidsprekers
Ondanks de hiervoor gemaakte opmerkingen zijn de luidsprekers uiteraard
een vitaal deel van elke installatie. En het waren juist de luidsprekers
die bij de presentatie van Pioneer voorjaar 2004 de aandacht trokken:
prachtig afgewerkt, mooi materiaal en een veelbelovende opzet. Graag wilden
we de grote S-H810V en de kleine S-F80 testen, waarop we van het ene in
het andere rolden. Ik had Frank Van Leuvenhaege van Pioneer Benelux –
voor iedereen in het vak Mr. Pioneer! – al eens eerder gesproken over
surround in klassieke muziek en hij wilde die uitdaging direct aan. Hij
was ook de enige die het voor heel wel mogelijk hield dat surround voor
klassiek misschien weleens niet zo geweldig zou zijn als velen denken,
en mocht dat zo zijn, dan is het ook goed dat dat er uit komt. Ik had
duidelijk in het achterhoofd de beide grote en kleine luidsprekers te
testen, de universele speler en dat hebben we dan maar aangevuld met de
overige spullen.
S-H810V (€ 1.598,-- per stel)
De
grote luidspreker hebben we beluisterd na een uitgebreide sessie op de
Quad ESL 988 en het verschil was natuurlijk direct evident. Het zou raar
zijn als het anders was. Geen zinnig mens die van de Pioneer verlangt
dat hij op hetzelfde niveau staat. Wel moet worden vastgesteld dat het
luisteren naar de Pioneer (na opnieuw opstellen, dus met enig tijdverschil,
want omschakelen doen we hier niet!) zeker geen ‘klap in het gezicht’
opleverde. Jaren geleden hebben Jan, Aart en ik nog eens een test van
zes luidsprekers voor Luister gedaan (Luisters advertentiefactotum is
er nóg boos over!) waarbij we als eis stelden dat je met een luidspreker
toch minimaal één opera moest kunnen uitzitten zonder doodmoe te worden
of barstende koppijn te krijgen. Aan die eis voldoen deze luidsprekers
ruimschoots.
Een vierwegsysteem en gewoon een prettige luidspreker. Een drieweg met
een extra tweeter om het frequentiebereik tot 100 kHz te tillen, wat een
marketing idiotie is waar iedereen weer intrapt – pers voorop; ik moet
de eerste spectrumanalyse nog zien waaruit blijkt dat die frequenties
überhaupt door de microfoons worden geregistreerd! Om nog maar te zwijgen
van oude gemanipuleerde en op sacd uitgebrachte opnamen – zoals die Brubeck
uit ’59 – die aantoonbaar is geregistreerd met microfoons die bij 12 kHz
ophouden en een recorder die in het beste geval tot 15 kHz gaat. Laat
het desnoods 18 kHz zijn, maar 100 kHz is ronduit te achterlijk voor woorden!
Het basis driewegsysteem loopt al tot 50 kHz getuige de gegevens van
de kleine S-F80 (zodadelijk meer) die alleen de bandtweeter van de grote
broer mist. Ik moest meteen aan de kreet ‘minder is meer’ denken bij het
luisteren naar de kleine, want die heeft alleen de tweeter/middentoner
eenheid van de grote en mist daarmee een aantal bijverschijnselen en kleuring
die geen enkele muziekliefhebber ooit zal betreuren. De grote heeft behalve
de bandtweeter een concentrische eenheid à la Kef Uni-Q met een middentoner
en tweeter in elkaar gebouwd en daaronder nog twee 13 cm woofers. Het
gaat in beide gevallen om open systemen. Het rendement is behoorlijk met
89 dB. In het grote systeem – de 810 – lijkt de demping van de middentoner
overdreven groot, met als gevolg dat het middengebied wat te teruggetrokken
is. Het laag is wat overdreven, hoewel ik vrees dat het velen zal aanspreken.
Ik wil best aannemen dat velen in de moderne muziek het geweldig vinden
– is uiteraard eenieder gegund – maar in de klassieke muziek wint de kleine
met duidelijk verschil. De grote verdienste van de 810 is natuurlijk dat
hij meer aankan – opera, oratorium – en dat hij geen enkel spoortje van
agressiviteit heeft. En dat is in deze barre luidsprekertijden een niet
genoeg te waarderen pluspunt.
S-F80 (€ 698,-- per stel)
De
kleine is in feite het concentrische deel van de grote. De rest is weg.
Dan valt op hoeveel laag dat kleine systeem nog kan produceren. Meteen
valt ook op dat de kleuring van de kleine aanzienlijk geringer is dan
van de grote, waar de meeste kleuring in het onderste deel van het midden
zit. Zeker, onder maximale belasting – Mahler op volle sterkte, enzovoort
– kan de grote beter aan, maar je moet al behoorlijk te keer gaan voordat
de kleine het erbij laat zitten. In mijn tamelijk harde kamer deze beide
luidsprekers al enigszins ingetogen aan, hoewel ik moet zeggen dat met
beide heel goed te leven zou zijn. Natuurlijk, als je het Van den Heuvel
orgel van de St-Eustache in Parijs in volle glorie wilt laten klinken,
kom je met de 810 verder dan met de 80. Dat is de afweging waar het om
gaat.
Besluit
De vergelijking die wij maakten is niet helemaal eerlijk, maar je moet
het toch ergens aan afmeten? De speler is uitstekend met de gemaakte kanttekeningen.
Probleem is natuurlijk wel – niet alleen voor Pioneer – dat de industrie
hoe dan ook naar dvd gaat, of een derivaat van de cd op dvd, DVD-A of
sacd. De patenten lopen af en er moet een nieuwe geldmaker komen en dat
zal de dvd zijn. In dat opzicht is er iets te zeggen voor een alleseter.
Aan de andere kant blijven cd’s nog volop in omloop en worden nog steeds
gemaakt en dat zal nog heel wat jaren zo blijven. Hier kiezen we daarom
voor een speler die in elk geval de bestaande cd’s goed afspeelt en dat
is voorlopig een betere sacd speler zoals de hier gebruikte Sony. DVD-A
overtuigt niet en de schijfjes die uitkomen zijn gering in getal en nauwelijks
interessant. Op sacd is dat iets beter. De gemiddelde dvd-speler is geen
ideale cd-speler en dat gaat zwaarder wegen naarmate de prijsklasse van
beide hoger is.
De luidsprekers maakten een hele positieve indruk, de kleine in verhouding
het meest. Ik zou me kunnen voorstellen dat de mensen van Pioneer ook
aan filmweergave hebben gedacht en dat dan de grotere beter tot zijn recht
komt. Voor muziekweergave voegen de supertweeter tot 100 kHz en de extra
woofers eigenlijk helemaal niets toe. Ze kunnen feitelijk gemist worden!
De S-F80 echter is een heel muzikale luidspreker, met beperkingen uiteraard,
maar hij klikt aangenaam, werkt – net als grote broer – niet vermoeiend.
Kortom, een prettige huisgenoot die voor het geld een uiterst sterke aanbieding
mag heten. Onnodig te zeggen dat hij als achter luidspreker een prima
keus is. Maar zelfs als frontluidspreker is het de vraag of u dan ten
opzichte van de S-H810V wel zoveel mist. Zeker als er een subwoofer aanwezig
is lijkt mij van een gemis geen sprake. Dat kleintje is werkelijk een
aantrekkelijk ding!
Het gehele Pioneer systeem is er een dat ons niet naar superlatieven
doet grijpen, maar wel een erg positieve indruk achterlaat omdat het een
systeem is om mee te leven en veel naar muziek te luisteren. En dat is
toch waar het (u en ons) om gaat…..?
|